Elke seconde telt
Te weinig Nederlanders bekend met defibrillator
door CAROLINE SANDER
Vijftienduizend hangen er al: in bedrijven, sportkantines, winkelcentra en op Schiphol. Ze kunnen het leven redden van iemand met een hartstilstand. Toch weten maar heel weinigen wat een defibrillator (AED) is, waar je zo‘n apparaat kunt vinden en wat je ermee moet doen.
DEN HAAG - Even uitrusten op een bankje, dat
was wat de 45-jarige Martin wilde. Hij had
een rondje gerend door het bos, in de buurt
van zijn handbalvereniging en voelde zich
prima toen hij neerplofte op de zitting.
Luttele seconden later ging het licht uit.
Martin kreeg een hartstilstand.
Wat er daarna gebeurde, heeft hij alleen van
horen zeggen. ‘Bij de naastgelegen
tennisvereniging hing een externe
defibrillator, een apparaat dat stroomstoten
geeft om een hart weer in het juiste ritme
te laten kloppen. Een paar mensen hebben het
toestel gehaald, anderen hebben de ambulance
gebeld en mij gereanimeerd. Binnen een paar
minuten kreeg ik een stroomstoot toegediend.
En ja, ik kan het nog navertellen.’ Of de
Automatische Externe Defibrillator (AED),
zoals het toestel officieel heeft, zijn
leven heeft gered? Martin denkt van wel. De
sportvereniging waar hij lid van is, deelt
die mening. Het bestuur schafte een eigen
defibrillator aan.
De AED is bezig aan een snelle opmars. Zo‘n
kastje met twee elektroden en een ingebouwde
computer voor instructies hangt al op meer
dan vijftienduizend locaties, meldt de
stichting Medizon voor hartdefibrillatie.
Busmaatschappijen, supermarkten en
buurtbewoners schaffen het apparaat in rap
tempo aan. Ook de Philips HeartStart,
speciaal gemaakt voor thuisgebruik, verkoopt
goed, zegt Philips. Al wil het bedrijf geen
aantallen noemen.
Uit onderzoek is gebleken dat reanimatie,
waaronder defibrilleren, binnen zes minuten
na hartstilstand de kans op overleven
aanzienlijk vergroot. Een ambulance is vaak
later ter plaatse. Over het percentage ‘meer
overlevenden’ wordt wel getwist. Will
Goossens van de Hartstichting schat de winst
op zeventig procent. Cardioloog en
AED-onderzoeker Ruud Koster is
voorzichtiger. Eén mening delen ze wel: het
ligt hoger dan de zes á zeven procent van de
mensen die normaliter een hartstilstand
overleven.
Nadelen lijkt de AED niet te hebben. Het
apparaat is veilig: meet het geen
fibrillaties (verstoord hartritme), dan
geeft het geen schok. En moeilijk te
bedienen is de defibrillator evenmin. Het
toestel ‘denkt’ en praat, de gebruiker hoeft
slechts te handelen. ‘Toch is het nog geen
hallelujaverhaal,’ bezweert Koster. ‘Het is
een hulpmiddel; reanimatie voordat het
apparaat er is, blijft noodzakelijk. Daarom
blijft er behoefte aan hulpverleners die ook
weten hoe ze hartmassage moeten geven.
Bovendien gebruiken we het apparaat nog niet
op de beste manier.’ Tachtig procent van
alle mensen die een hartstilstand krijgen,
is thuis, licht hij toe. Dat het apparaat in
supermarkten, sportcentra, cafetaria’s en
bedrijven hangt, is nuttig, maar niet het
meest effectief. Het inzetten van AED’s op
buurt- of wijkniveau biedt meer
mogelijkheden, vermoedt de cardioloog.